Basisschool

De basisschool: 

hoofd, hart en handen

In de leeftijd van 7 tot 14 jaar ontwikkelen kinderen een steeds groter bewustzijn van de wereld en hun eigen plaats daarin. De persoonlijke identiteit komt rond het 10e levensjaar stilaan losser te staan van het gedachtegoed van de ouders, de eigen leeftijdsgroep wordt een steeds belangrijker referentiekader.  Hoewel het uiterlijk lijkt alsof kinderen van in deze leeftijdsfase hun ouders en leerkrachten steeds minder nodig hebben, halen zij hun innerlijke voeding juist nog altijd uit de betrokkenheid van volwassenen met een gezonde, positieve autoriteit.  

Ook in de basisschool zien de leerkrachten erop toe dat het kind zich in alle veiligheid als mens blijft ontwikkelen. De aangeboden stof is afgestemd op een nieuwe levensfase. Aan de hand van passende, inspirerende vertelstof en gebruik makend van kunstzinnig onderwijs wordt kinderen vanaf de 1e klas de weg geleid naar het automatiseren van de letters van het alfabet en het automatiseren van de ‘tafeltjes’. Een rijk scala aan bijzondere vakken zorgt bovendien de hele schooltijd voor een verbinding met de wereld, de natuur, het heelal en de vele kunst. Zo wordt de natuurlijke aanleg voor verwondering van een kind blijvend gevoed.  

Zes jaar lang bouwen de basisschoolkinderen aan zichzelf via de stof. De leerkrachten krijgen een goed beeld van het innerlijk leven en van het niveau waarop hun leerlingen de stof verwerken. Zij houden een leerlingvolgsysteem bij om aan het einde van de basisschooltijd de groei te kunnen duiden met een niveau voor het voortgezet onderwijs. Voorts wordt de uitkomst van een externe toets niet over het kind heen gelegd maar ernáást.   De basisschooljaren worden ook wel de onderbouw genoemd.