Goed om te weten

Toelichting van de naam ‘vrije ‘school 

‘Vrij’ staat voor de erkenning vanuit de overheid dat het onderwijs is gebaseerd op een bijzondere filosofie, uitgewerkt in een volledig eigen leerplan. 

In de 20e eeuw werd het antroposofisch onderwijs door de RvS erkend als zelfstandige richting en ingedeeld bij het Algemeen Bijzonder Onderwijs, samen met het Montessori en Jenaplan. Hiermee werd het de Nederlandse Waldorfscholen volledig vrij om het onderwijs in te richten volgens de vrijeschoolfilosofie. Dit houdt vervolgens in dat de onderwijsinspectie bij een bezoek hoofdzakelijk geïnteresseerd is in de kwaliteit waarmee de vrijescholen de uitgangspunten en doelstellingen van het eigen leerplan in de praktijk neerzetten zodat bij ieder kind een gewenste, goede ontwikkeling te zien is. 

Veel structuur en een veilig leefklimaat

Het vrijeschoolonderwijs is allesbehalve vrijblijvend. In tegenstelling tot wat het woord ‘vrij’ mogelijk toch nog oproept, is er juist sprake van heel veel structuur. Dit wordt geboden via het, in alle leerjaren, steeds terugkerende dag- en jaarritme. Ook wordt er veel geïnvesteerd in een veilig leefklimaat: de mentor staat intensief in contact met zijn leerlingen en hun ouders en hecht in de klas veel waarde aan de onderlinge sociale verbindingen. 

In 1919 werd in Stuttgart de eerste vrijeschool opgericht. Er werd gekozen om het de ‘Freie Waldorfschule’ te noemen. Wereldwijd spreekt men dan ook meestal van Waldorfonderwijs. 

Of je nou in Nederland of buiten de (verre) landsgrenzen een vrijeschool instapt, je herkent ze meteen aan de identieke architectuur, het kleurgebruik en de houten materialen. En op alle scholen worden de cognitieve, creatieve en kunstzinnige vakken gegeven volgens de bijzondere pedagogiek en didactiek zoals Steiner die in zijn antroposofie heeft beschreven.